Belgisch vastgoedwoordenboek
Alle essentiële vastgoedtermen in België: aankoop, financiering, fiscaliteit, energie en meer.
Vastgoedaankoop
Verkoopovereenkomst
Voorlopige overeenkomst die koper en verkoper bindt bij een vastgoedtransactie.
Authentieke akte
Officieel document opgesteld door de notaris dat de vastgoedverkoop afrondt.
Opschortende voorwaarde
Clausule in de verkoopovereenkomst die de verkoop opschort tot een bepaalde gebeurtenis.
Bod
Schriftelijk voorstel waarmee een kandidaat-koper zich verbindt om een goed te kopen tegen een bepaalde prijs.
Strafbeding
Contractuele bepaling die een forfaitaire vergoeding vastlegt bij niet-naleving van de verkoopovereenkomst.
Voorkooprecht
Wettelijk recht dat bepaalde entiteiten toelaat om bij verkoop een goed bij voorrang te verwerven.
Openbare verkoop
Openbare veiling van een onroerend goed georganiseerd door een notaris.
Onderhandse verkoop
Vastgoedtransactie rechtstreeks onderhandeld tussen koper en verkoper, zonder openbare veiling.
Erfpacht
Langdurig contract (27 tot 99 jaar) dat een zakelijk recht op een onroerend goed verleent in ruil voor een jaarlijkse canon.
Erfdienstbaarheid
Last opgelegd aan een onroerend goed ten voordele van een ander goed, die de rechten van de eigenaar beperkt.
Vruchtgebruik
Tijdelijk zakelijk recht om te genieten van een onroerend goed dat aan een derde (de blote eigenaar) toebehoort.
Herbezoek
Tweede grondig bezoek van een onroerend goed vóór het uitbrengen van een bod.
Checklist vastgoedaankoop
Lijst van essentiële controles en stappen die moeten worden uitgevoerd vóór en tijdens de aankoop van een goed.
Bodemattest
Officieel document dat de eventuele vervuilingstoestand van de bodem van een perceel attesteert.
Stedenbouwkundige inlichtingen
Officiële informatie verstrekt door de gemeente over de stedenbouwkundige situatie van een goed.
Brandverzekering
Multiriscoverzekering die het gebouw en de inhoud dekt tegen diverse schadegevallen.
Financiering
Hypothecair krediet
Banklening gegarandeerd door een hypotheek op het onroerend goed.
Vast tarief
Rentetarief dat constant blijft gedurende de volledige looptijd van het hypothecair krediet.
Quotiteit
Verhouding tussen het geleende bedrag en de waarde van het onroerend goed.
Variabel tarief
Hypotheekrente die periodiek evolueert volgens een referentie-index.
Eigen inbreng
Deel van de aankoopprijs gefinancierd met eigen middelen van de koper, zonder krediet.
Schuldsaldoverzekering
Levensverzekering gekoppeld aan het hypothecair krediet die het saldo terugbetaalt bij overlijden van de ontlener.
Hypotheek
Zakelijke zekerheid ingeschreven op een onroerend goed als waarborg voor de terugbetaling van een krediet.
Handlichting
Notariële akte die de hypothecaire inschrijving opheft na terugbetaling van het krediet.
Herfinanciering
Operatie waarbij een bestaand hypothecair krediet wordt vervangen door een nieuw krediet met betere voorwaarden.
Leencapaciteit
Maximumbedrag dat een ontlener bij een bank kan verkrijgen voor een hypothecair krediet.
Afschrijving
Geleidelijke terugbetaling van het geleende kapitaal in het kader van een hypothecair krediet.
Woekerrente
Wettelijk maximumtarief waarboven een kredietverstrekker geen lening mag toekennen.
Huurindexatie
Jaarlijkse aanpassing van de huurprijs op basis van de gezondheidsindex van de consumptieprijzen.
Vervroegde terugbetaling
Gedeeltelijke of volledige terugbetaling van het resterende verschuldigde kapitaal vóór de geplande vervaldag.
Hypothecaire inschrijving
Formaliteit die de hypotheek op het onroerend goed inschrijft bij het kantoor Rechtszekerheid.
Notariskosten
Geheel van kosten verbonden aan de tussenkomst van de notaris bij een vastgoedtransactie.
Hypotheekmakelaar
Onafhankelijke tussenpersoon die de kredietaanbiedingen van meerdere banken vergelijkt voor de lener.
Jaarlijks kostenpercentage (JKP)
Indicator die alle kosten van het krediet (rente, kosten, verzekeringen) in één tarief samenvat.
Groene lening
Krediet met gunstig tarief bestemd voor de financiering van energiebesparende werken.
Fiscaliteit
Registratierechten
Regionale belasting verschuldigd bij de aankoop van onroerend goed in België.
Kadastraal inkomen
Fictieve waarde van het netto huurinkomen toegekend door de fiscale administratie aan elk onroerend goed.
Onroerende voorheffing
Jaarlijkse regionale belasting berekend op het kadastraal inkomen van een onroerend goed.
Vrijstelling
Fiscale vermindering op de registratierechten voor eerste kopers.
Indexatie
Jaarlijkse aanpassing van het kadastraal inkomen of de huur op basis van de prijsindex.
Meerwaarde op onroerend goed
Winst gerealiseerd bij de doorverkoop van een onroerend goed tegen een hogere prijs dan de aankoopprijs.
Gemeentebelasting
Lokale belasting geheven door de gemeente, inclusief de opcentiemen op de onroerende voorheffing.
Woonbonus
Historisch fiscaal voordeel op de aflossingen van het hypothecair krediet, afgeschaft in de drie gewesten.
Wooncheque
Waals fiscaal voordeel ter vervanging van de woonbonus voor hypothecaire kredieten van de eigen woning.
Btw nieuwbouw
Belasting over de toegevoegde waarde van 21% van toepassing op nieuwbouw en ingrijpende renovaties in België.
Fiscale aftrekbaarheid
Mogelijkheid om bepaalde vastgoeduitgaven af te trekken van de belastbare basis of een belastingvermindering te verkrijgen.
Fiscale aangifte onroerend goed
Jaarlijkse aangifteverplichtingen in verband met het bezit en de inkomsten van onroerend goed in België.
Successierechten
Regionale belasting verschuldigd op de overdracht van een vastgoedpatrimonium bij overlijden.
Schenking van onroerend goed
Gratis overdracht van een onroerend goed bij leven, onderworpen aan schenkingsrechten.
Schenkingsrechten
Regionale belasting geheven op de gratis overdracht van onroerende goederen onder levenden.
Onroerende inkomsten
Fiscale categorie die alle inkomsten uit eigendom of verhuur van onroerend goed groepeert.
BTW renovatie 6%
Verlaagd btw-tarief van toepassing op renovatiewerken aan woningen ouder dan 10 jaar.
Vastgoed successieplanning
Juridische en fiscale strategieën om een vastgoedpatrimonium op een geoptimaliseerde manier over te dragen.
Energie
EPC-certificaat
Document dat de energieprestatie van een gebouw attesteert, verplicht bij verkoop of verhuur.
Energetische renovatie
Werkzaamheden gericht op het verbeteren van de energieprestatie van een gebouw.
Renovatiepremie
Regionale financiële steun voor energetische renovatiewerken.
Energieaudit
Grondige analyse van de energieprestatie van een gebouw met aanbevelingen.
Energieverslindend gebouw
Zeer slecht geïsoleerd gebouw met EPC-label F of G dat enorm veel energie verbruikt.
Warmtepomp
Ecologisch verwarmingssysteem dat energie uit de lucht, de bodem of het water haalt om een gebouw te verwarmen.
Dakisolatie
Thermische isolatiewerken aan het dak, de eerste prioriteit om de energieprestatie te verbeteren.
Dubbele beglazing
Raam bestaande uit twee glasplaten gescheiden door een isolerende lucht- of gaslaag.
Zonnepanelen
Fotovoltaïsche installatie op het dak die zonlicht omzet in elektriciteit.
Condensatieketel
Hoogrendementsketel die de warmte van de rookgassen recupereert om het rendement te optimaliseren.
Dubbele-stroomventilatie
Mechanisch ventilatiesysteem dat de warmte van de afgevoerde lucht recupereert om de verse lucht voor te verwarmen.
Energiepremie
Regionale financiële steun voor de installatie van energiezuinige apparatuur.
Energieklasse
Classificatie van een gebouw van A++ tot G op basis van het energieverbruik per vierkante meter.
Laadpaal
Elektrische installatie voor het opladen van een elektrisch voertuig thuis of in mede-eigendom.
Verplichte renovatie
Regionale verplichting om een minimaal energieprestatieniveau te bereiken binnen een bepaalde termijn.
Vloerverwarming
Verwarmingssysteem geïntegreerd in de vloerplaat dat een uniforme warmte verspreidt bij lage temperatuur.
Leidingisolatie
Isolatie van verwarmings- en warmwaterleidingen om warmteverliezen te verminderen.
Energieprestatie van gebouwen
Globale indicator die meet hoe efficiënt een gebouw energie gebruikt.
Luchtdichtheid
Vermogen van een gebouw om ongecontroleerde luchtinfiltraties doorheen de buitenschil te beperken.
Juridisch
Notaris
Publiek ambtenaar die vastgoedverkoopakten authentificeert in België.
Mede-eigendom
Juridisch regime van toepassing op gebouwen verdeeld in privé- en gemeenschappelijke delen.
Kadaster
Openbaar register dat alle onroerende goederen en hun waarde inventariseert.
Basisakte
Oprichtingsdocument van een mede-eigendom dat de privatieve en gemeenschappelijke delen van het gebouw definieert.
Syndicus
Natuurlijk persoon of rechtspersoon belast met het dagelijks beheer van een mede-eigendom.
Reglement van mede-eigendom
Juridisch document dat de werkingsregels en rechten van de mede-eigenaars binnen een gebouw vastlegt.
Stedenbouw
Geheel van regels die de ruimtelijke ordening, bouw en bodembestemming in België beheersen.
Stedenbouwkundige vergunning
Administratieve vergunning vereist voor het bouwen, renoveren of wijzigen van de bestemming van een onroerend goed.
Woninghuurovereenkomst
Huurovereenkomst voor de verhuur van een goed dat dient als hoofdverblijfplaats van de huurder.
Gemene muur
Gemeenschappelijke muur tussen twee naburige eigendommen, onderworpen aan een gedeeld juridisch regime.
Verborgen gebrek
Niet-zichtbaar gebrek bij de verkoop dat het goed ongeschikt maakt voor zijn bestemming of het gebruik ervan vermindert.
Tienjarige aansprakelijkheid
Aansprakelijkheid van de aannemer en architect gedurende 10 jaar voor ernstige structurele gebreken.
Studentenhuurcontract
Kortlopend huurcontract bestemd voor studenten in het hoger onderwijs.
Opstalrecht
Zakelijk recht dat toelaat om een gebouw op te richten of in eigendom te hebben op andermans grond.
Asbest
Gevaarlijk bouwmateriaal waarvan de aanwezigheid moet worden geïdentificeerd en beheerd bij een transactie.
Kortlopend huurcontract
Huurovereenkomst met een duur van maximum 3 jaar, eenmaal verlengbaar.
Onverdeeldheid
Juridische situatie waarin meerdere personen samen een zelfde goed bezitten zonder materiële verdeling.
Wet-Breyne
Wet die de koper beschermt bij de aankoop van een te bouwen of in aanbouw zijnde goed.
Investering
Huurrendement
Verhouding tussen de jaarlijkse huurinkomsten en de aankoopprijs van een onroerend goed.
Vastgoedinvestering voor verhuur
Aankoop van een onroerend goed met het doel het te verhuren voor inkomen.
Samenwonen
Verhuur van eenzelfde woning aan meerdere huurders die de gemeenschappelijke ruimtes delen.
Gemeubileerde verhuur
Verhuur van een onroerend goed uitgerust met meubilair en apparatuur om er onmiddellijk in te wonen.
Handelshuurovereenkomst
Huurovereenkomst voor een onroerend goed bestemd voor een commerciële, ambachtelijke of dienstverlenende activiteit.
Huurwaarborg
Waarborg betaald door de huurder ter dekking van eventuele schade of onbetaalde huur.
Plaatsbeschrijving
Tegensprekelijk document dat de toestand van een onroerend goed beschrijft bij aanvang en einde van een huurcontract.
Gemeenschappelijke kosten
Gedeelde kosten tussen mede-eigenaars voor het onderhoud en het beheer van de gemeenschappelijke delen van een gebouw.
Brutorendement
Verhouding tussen de jaarlijkse huurinkomsten en de totale aankoopprijs, zonder aftrek van lasten.
Nettorendement
Huurrendement na aftrek van alle lasten verbonden aan het eigendom.
Vastgoed cashflow
Verschil tussen de ontvangen huurinkomsten en alle uitgaven verbonden aan het goed.
Hefboomeffect
Financieel mechanisme dat het rendement van een investering versterkt dankzij lening.
Leegstand
Periode waarin een huurwoning onbewoond blijft, zonder inkomsten te genereren.
Patrimoniumvennootschap
Juridische structuur die toelaat om met meerdere personen een vastgoedpatrimonium te bezitten en te beheren.
Vastgoed belastingoptimalisatie
Geheel van wettelijke mechanismen om de fiscale last verbonden aan vastgoed te verminderen.
Vastgoedpatrimonium
Geheel van onroerende goederen in bezit van een natuurlijke of rechtspersoon.
Huurbeheer
Geheel van activiteiten verbonden aan het beheer van een verhuurd onroerend goed.
Vastgoed crowdfunding
Participatieve financiering die toelaat om met beperkte bedragen in vastgoed te investeren.
Blote eigendom
Eigendomsrecht op een goed waarvan het vruchtgebruik (gebruiksrecht) aan een andere persoon toebehoort.
Lijfrente verkoop
Lijfrenteverkoop in Belgie: definitie, types (vrij/bewoond), renteberekening, fiscaliteit en voorwaarden. Volledige gids met cijfervoorbeelden.
Bouwgrond
Perceel grond dat wettelijk bebouwbaar is volgens de ruimtelijke ordeningsplannen.
Vastgoeddeling
Operatie die erin bestaat een onroerend goed op te splitsen in meerdere afzonderlijke eenheden.
Vastgoedmarkt
Vastgoedzeepbel
Buitensporige en niet-duurzame stijging van de vastgoedprijzen, losgekoppeld van de economische fundamenten.
Woningcrisis
Structureel onevenwicht tussen de vraag naar woningen en het beschikbare, betaalbare en kwaliteitsvolle aanbod.
Gentrificatie
Sociaal-economische transformatie van een volksbuurt door de komst van meer welgestelde bewoners.
Stedelijke verdichting
Planningsstrategie gericht op het verhogen van het aantal woningen in reeds verstedelijkte gebieden.
Prijs per m²
Belangrijke marktindicator die de verkoopprijs relateert aan de bewoonbare oppervlakte.
Vraag en aanbod
Evenwicht tussen het aantal beschikbare goederen te koop en het aantal potentiële kopers.
Projectontwikkelaar
Professional die vastgoedprojecten ontwerpt, financiert en realiseert.
Vastgoedmakelaar
Erkende professional die optreedt als tussenpersoon bij vastgoedtransacties.
Vastgoedexpertise
Professionele schatting van de marktwaarde van een onroerend goed door een erkende expert.
Vastgoedprijsindex
Statistische indicator die de evolutie van de vastgoedtransactieprijzen in de tijd meet.
Eerste aankoop
Eerste vastgoedaankoop die vaak geniet van specifieke fiscale voordelen.
Huurmarkt
Segment van de vastgoedmarkt betreffende het aanbod en de vraag naar huurwoningen.
Stedenbouwkundig attest
Officieel document dat informeert over de stedenbouwkundige regels van toepassing op een bepaald perceel.
Verkoopwaarde
Geschatte prijs waartegen een onroerend goed zou kunnen worden verkocht onder normale marktomstandigheden.